Aandachtsvelden
Water en ruimte
De kennis die Pieter heeft opgedaan bij Ruimte voor de Rivier (van de Langetermijnvisie op nationale schaal via diverse planstudies langs de IJssel tot en met zijn gerealiseerde ontwerpen voor het Reevediep bij Kampen en Ruimte voor de Waal bij Nijmegen) zet hij door bij diverse dijkversterkingen. Zo is hij nu coördinerend landschapsarchitect voor de dijkversterking in Arcen is ook de versterking van de Stadsdijken Zwolle in uitvoering.
Op zijn eerder ontwikkelde ‘watertransitiekaart’ en het werk voor de Hoogwateraanpak Brabant bouwde Pieter in 2025 door tijdens het Toekomstatelier XL van het College van Rijksadviseurs. Pieter exporteerde zijn landschappelijke benadering van watervraagstukken naar onder andere New Orleans en Long Island.
Energie en ruimte
Voor Provincie Zuid-Holland deed Pieter onderzoek naar de mogelijkheden van windmolens in en rond de nationale landschappen. Daarna was Pieter betrokken bij de volgende ronde: beoordeling van nieuwe locaties die in de VRM in Zuid-Holland worden opgenomen. Voor de grote windenergieopgave in de Wieringermeer (400 MW) ontwikkelde Pieter het beeldkwaliteitsplan. Pieter was ook betrokken bij het opstellen van de energievisie voor gemeente Enschede, de ontwikkeling van een kader voor zonnevelden in Provincie Zuid-Holland en het opstellen van de Regionale Energiestrategie Zaanstreek-Waterland. Vanaf 2026 is hij voorzitter van het Q-team Duurzame Polder in opdracht van gemeente ’s-Hertogenbosch, na eerdere betrokkenheid bij het omgevingsprogramma waarin ruimte voor windenergie gekoppeld is aan integrale gebiedsontwikkeling.
Erfgoed
Voor de Zuid-Hollandse landgoederenzone is een samenhangende visie opgesteld. Hierbij zijn deelgebieden met onderscheidende kwaliteiten benoemd. Bij de opstelling is samengewerkt met de Erfgoedtafel, een overleg van diverse belanghebbenden en geïnteresseerden op het gebied van erfgoed. Per gebied en per landgoed zijn concrete maatregelen benoemd waarmee deze nieuwe betekenis zouden krijgen als kwaliteit in de verstedelijkte regio. Andere projecten waarbij erfgoed een grote rol speelden zijn bijvoorbeeld de gebiedsvisie voor het werelderfgoed Kinderdijk en het plan voor de Molenkade in Groot Ammers.
Stad en land
In het landschapsontwikkelingsplan Tynaarlo is de lagenbenadering als model voor duurzame ontwikkeling van het landelijke gebied consequent doorgevoerd. Het stelsel van beekdalen zorgt voor een natuurlijke samenhang. De hogere ruggen daartussen en ook de dorpen kregen elk hun eigen accent, een eigen ‘kleur’. Het project gebiedsidentiteit Duin- en Bollenstreek leidt vanuit een regionaal concept naar een concreet plan voor bloemrijke bermen in 5 samenwerkende gemeentes. Het resultaat: een rijk en ‘biodivers’ netwerk en versterking van de uitstraling voor bewoners en bezoekers. Voor de provincie Zuid-Holland heeft Pieter verschillende ‘ gebiedsprofielen ’ opgesteld. Voor deze regio’s zijn de gebiedskwaliteiten zorgvuldig vastgelegd (kaart en beschrijvingen), met daaraan gekoppelde ambities. De gebiedsprofielen zijn voor de provincie een belangrijk instrument voor de borging van ruimtelijke kwaliteit. Samen met waterschap Vallei en Veluwe stelde hij de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) op. Hiermee zet het waterschap de grote rol van water in een duurzame leefomgeving op de kaart door middel van een circulaire benadering. Van 2024 tot begin 2026 was hij Pieter voorzitter van het IJ-team dat werkt aan omgevingskwaliteit in het IJsselmeergebied. Het resultaat: concrete aanbevelingen voor allerlei initiatieven, telkens vastgelegd in een zogenaamd ‘IJ-schrift’. Ook stelde hij met H+N+S het omgevingsprogramma Groenblauwe Hoofdstructuur op voor gemeente Deventer, dat begin 2026 wordt vastgesteld.