Een haha voor kleuters
Het 'eiland' waar de Moeflonstal toebehoort, maakt onderdeel uit van een reeks groen en open ruimtes in ARTIS zonder dieren. De centrale open groene zone zorgt als grotendeels ongeprogrammeerde ruimte met zichtlijnen voor wat ‘ademruimte’. De Moeflonstal ligt als een soort ‘bon bon’ op een schoteltje van groen, waarbij het belangrijk is dat de speelplek wel een natuurlijke begrenzing kreeg maar deze zich ruimtelijk – van buitenaf – niet aftekent. Tom poes verzin een list!
Het moeflonstalletje past als mini-gebouwtje qua schaal perfect bij de doelgroep van de allerkleinsten (peuters/kleuters). De kinderen mogen in het huisje spelen; zo krijgt het niet alleen een nieuwe functie maar behoud het stalletje met het bescheiden formaat en de kleine deuren ook haar logica. Alsof het gemaakt is voor de (kleine) kinderen, als prettige, veilige schuil/verstopplek – wat het ooit voor de moeflons en andere sierschapen was.
De historische situatie bood niet veel maar toch wel interessante aanknopingspunten voor het ontwerp. Het buitenterrein was functioneel ingericht als dierverblijf, met hekken rondom en separatiehekken om de verschillende schapensoorten te scheiden. De hekken domineerden eigenlijk het beeld omdat het verblijf vrij klein is. Daarbij stond het stalletje ‘koud’ in het verblijf, in het zand waar de dieren in stonden. In de huidige situatie zijn de hekken natuurlijk niet meer nodig.
De nieuwe functie noopte tot een andere inrichting. Het alzijdige gebouw is behouden. Deze alzijdigheid wordt in het ontwerp benadrukt; vanaf alle kanten staat het gebouwtje prominent als een prachtig juweel op een soort dienblaadje te glimmen. Door nieuwe paden wordt het van meerdere zijdes toegankelijk gemaakt. De openstaande deuropeningen lokken de kinderen al van verre. De verbeelding doet de rest.
De positionering in het zand is teruggebracht, nu niet voor de dieren maar voor kinderen om in te spelen, als grote zandbak. Rondom de stal en zandbak is een betonnen rand aangebracht die het zand omsluit/opsluit. Hierdoor krijgt het verblijf een ruimtelijke omkadering: de vrij gevormde zitrand zorgt ervoor dat de doelgroep niet zomaar wegloopt. De toezichthoudende ouder kan plaats nemen op de rand, eventueel met een kopje koffie uit het Duivenhuis. De rand is tevens speelaanleiding, om op te lopen, op te klimmen, af te glijden of vanaf te springen.